Door klimaatverandering krijgen we steeds vaker te maken met extreme weersomstandigheden zoals hittegolven, zware regenval, droogte en stormen. Dit heeft gevolgen voor de betrouwbaarheid en veiligheid van onze energievoorziening. Als netbeheerder moeten wij ervoor zorgen dat ons netwerk en onze bedrijfsvoering hierop voorbereid zijn.
Extreme weersomstandigheden brengen verschillende risico’s met zich mee, zoals:
Hittestress kan leiden tot storingen of verminderde capaciteit van kabels en transformatoren.
Wateroverlast kan onderstations, verdeelkasten en kabelverbindingen beschadigen.
Droogte en bodemdaling kunnen kabels en leidingen verzwakken of doen verschuiven.
Stormschade kan bovengrondse installaties aantasten.
Wij nemen klimaatadaptatie op als vast onderdeel van ons werk. Dat betekent dat we zowel in onze infrastructuur als in onze werkwijze maatregelen treffen, zoals:
Het uitvoeren van klimaatrisico-analyses op onze infrastructuur.
Toepassen van weer- en klimaatbestendige ontwerpen bij nieuwe investeringen.
Verhogen van kritieke assets bij overstromingsgevaar.
We monitoren de kwetsbaarheid van ons netwerk en de voortgang van de maatregelen met de volgende KPI’s:
Jaarlijkse uitvalduur (JUD): deze KPI laat zien hoeveel uitval er in ons netwerk heeft plaatsgevonden. Een stijgende JUD kan een indicatie zijn dat we de gevolgen van klimaatverandering meer in ons netwerk voelen en dat we meer aanpassingen moeten doen om ons daar tegen te weren.
Jaarlijks voeren we een objectieve klimaatrisicoanalyse voor de relevante assets uit. Dit doen we op basis van de laatste KNMI-scenario’s. Nieuwe inzichten worden - wanneer significant - binnen 12 maanden vertaald naar aangescherpt beleid, ontwerpcriteria of investeringskaders.