Onze netwerken liggen midden in de leefomgeving: in wijken, langs wegen, in weilanden en door natuurgebieden. Dat betekent dat onze assets en werkzaamheden invloed hebben op planten, dieren en ecosystemen. Tegelijkertijd biedt onze infrastructuur kansen om natuur te versterken. Door onze assets en werkwijze natuurinclusief te maken, dragen we bij aan biodiversiteit, leefkwaliteit en een gezonde omgeving. Tevens zien we dat dit kan bijdragen aan het versoepelen van vergunningprocedures.
De belangrijkste raakvlakken tussen onze infrastructuur en natuur zijn:
Stations en verdeelkasten die ruimte innemen in de leefomgeving.
Beheer van groen rondom onze infrastructuur.
Wij willen de negatieve effecten op natuur zoveel mogelijk beperken en kansen benutten om biodiversiteit te vergroten. Dit doen we door:
Inpassing in de omgeving: we proberen stations en assets zo goed mogelijk in te passen in natuur en landschap.
Ecologisch groenbeheer: beheer van onze assets en terreinen op een manier die flora en fauna versterkt.
Natuurinclusieve bouw: gebruik van maatregelen om biodiversiteit te stimuleren, zoals groene daken of vegetatie bij gebouwen.
We hebben in 2024 het sectorakkoord Natuurinclusief ondertekend, waarbij we de volgende doelstellingen nastreven: