Zet de Regionale Energiestrategie <b>genoeg zoden aan de dijk?</b>

Zet de Regionale Energiestrategie genoeg zoden aan de dijk?

30 juli 2020
Aflevering vijf van de podcast Energie in 2030

Niet iedereen zit te wachten op een windmolen- of zonnepark in de achtertuin. Toch moet de CO2-uitstoot in 2030 ten opzichte van 1990 zijn gehalveerd. De grootschalige opwek van duurzame elektriciteit speelt hierin nu eenmaal een belangrijke rol. Het is een complexe puzzel die in de vorm van een Regionale Energiestrategie (RES) langzaam maar zeker wordt gelegd. De vraag is: gaan we het redden?

Deze vraag staat dan ook centraal in de vijfde aflevering van de podcast ‘Energie in 2030’. In deze aflevering gaat Daphne Verreth, manager Energietransitie en Netwerken, in gesprek met Tijs de Bree, gedeputeerde bij de provincie Overijssel. Ze duiken dieper in de uitdagingen van het RES-proces en kijken optimistisch vooruit naar het energielandschap in 2030. 

De Regionale Energiestrategie

Eerst even terug naar het begin: wat is de RES en waar staan we nu? Als onderdeel van het Klimaatakkoord is afgesproken dat de dertig energieregio’s in Nederland onderzoeken waar en hoe duurzame energie opgewekt kan worden op land. In totaal moeten de regio’s in 2030 tenminste 35 Terrawattuur (TWh) duurzame energie opwekken. Ter verbeelding: dit staat gelijk aan de jaarlijkse productie van bijna 38.000 voetbalvelden vol met zonnepanelen. Een ander vraagstuk in de RES is welke alternatieve warmtebronnen er zijn voor verwarming van gebouwen en woningen op aardgas.

Op 1 juni 2020 hebben de meeste energieregio’s de concepten van de RES ingediend. Op 1 oktober worden de plannen bestuurlijk geaccordeerd, waarna de regio’s werken naar een definitieve versie: de RES 1.0. De RES 1.0 moet op 1 juli 2021 worden ingediend. Op dit moment worden de conceptversies geanalyseerd en wordt feedback verzameld om zo de plannen te verfijnen. Denk bijvoorbeeld aan concretere locaties voor wind- en zonneparken. Enexis Netbeheer is één van die partijen die de regio’s van steeds meer waardevolle inzichten voorziet. “We bieden inzicht in de impact die plannen hebben op het elektriciteitsnet, de benodigde uitbreidingen, de tijd die hiervoor nodig is en de maatschappelijke kosten die hierbij komen kijken”, zegt Daphne Verreth. 

Meer wind en meer draagvlak

Die input is nodig om klimaatdoelstellingen niet alleen op papier, maar ook in de praktijk te realiseren. “De plannen zijn ambitieus: de tien energieregio’s in Enexis-gebied alleen al zorgen voor zeventig procent van de landelijke gestelde doelstellingen. Er is daarbij echter nog onvoldoende rekening gehouden met de impact op het net”, zegt Verreth. “Zo wordt er massaal ingezet op zonne-energie, terwijl voor dezelfde hoeveelheid groene energie er drie keer zoveel netcapaciteit nodig is dan wanneer je kiest voor wind. Dit terwijl de capaciteit op het net nu zeer beperkt is. De plannen zijn haalbaar, maar vragen om flinke uitbreidingen en die kosten geld en tijd en dat kan efficiënter. Ook daarom is het belangrijk om in de RES hier goed over te overleggen en we hebben hierin als netbeheerder dan ook een belangrijke adviesrol.”

Dat er massaal wordt gekozen voor zon, heeft voornamelijk te maken met het maatschappelijke draagvlak. “Een windmolenpark is vrij omstreden”, legt Tijs de Bree uit. Het gevolg is dat er eerder bezwaren komen en vergunningsprocedures vertraagd worden. Dit betekent dat het langer duurt voordat uitbreidingen aan het net of nieuwe stations gerealiseerd kunnen worden. Volgens De Bree vraagt dit om lokale participatie: “Zodra een windmolenpark wordt opgezet door een lokale partij, is het herkenbaar en volgen er minder bezwaren. Zo zagen we dat bijvoorbeeld ook in het project ‘Nieuwleusen Synergie’. Dit windmolenproject, leidde uiteindelijk maar tot één zienswijze bij de Raad van State, waardoor we sneller van start kunnen met de realisatie. Dit komt doordat de mensen zelf met dit project aan de slag zijn gegaan en het rendement ook in de regio zelf is neergedaald.”

Richting 2030

Dit klinkt eenvoudig, maar heeft nog wat voeten in de aarde. Zo is een regierol vanuit de provincie of gemeente van belang, waarbij dit soort projecten volledig worden verankerd in omgevings- en bestemmingsplannen van de gemeente. De netbeheerder op zijn beurt levert meer inzicht in welke locaties geschikt zijn om duurzame projecten te realiseren.

“Dit samenspel maakt de RES zo uniek. Het draait allemaal om transparantie en samenwerking. De plannen liggen er, de ambitie is groot, en als dit is waar we vanaf nu allemaal voor kunnen gaan, dan moeten we het wel halen”, zegt Verreth.

Benieuwd naar het volledige gesprek tussen Verreth en De Bree, luister dan hier naar de podcast!